Het centraal punt (master point, power point) is het enkele punt op een standplaats waar je je zelfzekering, je zekeringsapparaat en de zekering van de naklimmer allemaal aanhecht. Het bundelt de belasting van meerdere ankerpunten naar één gelijkmatig belaste lus. Standaard: gemaakt door cordelette of touw te bundelen aan de twee ankerpunten en samen vast te knopen.

Cordelette over twee ankerpunten, samengebundeld tot één geknoopte lus onderaan — het centraal punt.

Snel

  • Het één punt waar alles (jij + apparaat + naklimmer) aanhecht
  • Verdeelt belasting over alle individuele ankerpunten van de standplaats
  • Vaak een lus van cordelette of touw, vastgezet met overhandknoop of Hele mastworp
  • Niet een individueel ankerpunt of een knoop in één streng — het is een zelfgemaakte gebundelde lus
  • Aan dit punt: alleen Schroefkarabiners

Functie

Het centraal punt is hét organiserende element van een standplaats:

  • Alle belasting komt hier samen — eenvoudig te checken.
  • Alle aanhechtingen (zelfzekering, apparaat, etc.) komen op één punt — niet over meerdere ankerpunten verspreid.
  • Eenmaal goed gebouwd: blijft consistent gedurende de hele standplaatsfase.

Een goed centraal punt voldoet aan ERNEST-principes — vooral goed verdeelde belasting (perfecte gelijkmatigheid is niet haalbaar; afhankelijk van armlengte en hoek kan de verdeling sterk ongelijk uitvallen — in tests soms 80/20 of slechter) en geen verlenging bij falen van één ankerpunt.

Procedure: bouwen met cordelette (afgebonden krachtendriehoek)

De cordelette-methode hieronder is feitelijk een afgebonden krachtendriehoek met cordelette — voor de volledige uitleg + bandlus-varianten en 3-puntsanker zie Afgebonden krachtendriehoek.

  1. Trek de knoop strak met alle strengen gelijkmatig. De resulterende lus onderaan is het centraal punt.

  2. Test door belasting te simuleren — hang erop met je gordel; check dat alle ankerpunten gelijkmatig belast voelen.

Procedure: bouwen met touw (rijverankering-principe)

Op multi-pitch is het ook gangbaar om het centraal punt te maken met het klimtouw zelf — geen losse cordelette nodig. Voor de zuivere Rijverankering-variant (één bout primair belast, andere als backup zonder centraal-puntknoop) zie die pagina. Hieronder de hybride met centraal-puntknoop voor wie wél een gebundelde lus wil.

  1. Touw aan eerste ankerpunt via een Hele mastworp in een schroefkarabiner.
  2. Touw via de positie van het centraal punt naar het tweede ankerpunt — leg ook daar een Hele mastworp.
  3. Knoop in het middelste deel (Dubbele achtknoop) — dit is het centraal punt.
  4. Knoop strak trekken zodat beide ankerpunten gelijkmatig belast worden.

Voordeel: geen extra materiaal. Nadeel: minder makkelijk los te halen.

Wat hangt aan het centraal punt

  • Zelfzekering van de zekeraar (via PAS of mastworp aan zekerlus).
  • Zekeringsapparaat voor de naklimmer (bij Zekeren van boven (direct)).
  • Eventueel: PAS van de naklimmer als die ook aan de standplaats hangt.

Alles via Schroefkarabiners — geen snapkarabiners aan het centraal punt.

Centraal punt vs. plank (shelf)

Bij een cordelette- of touwanker zijn er twee belastbare punten:

  • Centraal punt: de lus onder de bundelknoop. Alle strengen samen. Standaard.
  • Plank (shelf): de strengen direct boven de bundelknoop, naast de knoop. Apart belastbaar.

Zie Krachtpunt vs. plank voor wanneer welke gebruiken.

Veelgemaakte fouten

  • Belasting wordt niet gelijkmatig verdeeld. Trek alle strengen tegelijk strak; check dat geen streng een centimeter slap hangt.
  • Knoop op verkeerde hoogte. Te dichtbij ankerpunten = korte cordelettelus, weinig speling. Te ver weg = lange lus, hangt in de weg.
  • Snapkarabiners aan centraal punt. Voorkeur: schroefkarabiner. Heb je niet genoeg schroefkarabiners, dan zijn twee tegengestelde en omgekeerde snapkarabiners een acceptabel alternatief (NKBV/AMGA-praktijk). Niet één enkele snapkarabiner.
  • Centraal punt in materiaallus of inbindlus zoeken. Centraal punt is van de standplaats — niet van de gordel. Niet verwarren.
  • Cordelette over scherpe rand. Beschermen met een stuk schuim of leiden om de rand.
  • Hoek tussen strengen te wijd. Kosinusregel: bij 60° ~58% per arm, bij 90° ~71%, bij 120° al 100% (verdubbeling), bij 150° ~193%, boven 150° loopt het asymptotisch op richting oneindig. 120° is geen begin van vermenigvuldiging — het is al verdubbeling. Petzl/AMGA: < 60° de voorkeur, < 90° aanvaardbare bovengrens, 120° absolute bovengrens.
  • Dyneema-cord/sling als centraal punt + boven het anker klimmen — gedocumenteerd risico. Dyneema heeft ~0% rek, nylon ~5%. DMM-test (85 kg, 60 cm val, factor 1): een ongeknoopte Dyneema-sling genereert ~16,7 kN piek; een geknoopte Dyneema-sling breekt (knoop ~50% zwakker). Een geknoopte nylon-sling onder dezelfde val houdt het wél: ~8,8 kN. Nylon vangt de schok dus op, Dyneema niet. Gordel-breukbelasting is ~15 kN (UIAA). Regel: nooit met een statische verbinding (Dyneema PAS/daisy) boven het anker klimmen. Voor het centraal punt: nylon perlon cordelette 7 mm (ongeknoopt min 9,8 kN per UIAA 102, geknoopt ~7-9 kN, beperkte rek). Voor zelfzekering boven het anker: klimtouw via Hele mastworp (dynamisch) of een dynamische lanyard (Petzl Connect Adjust, Edelrid Switch).
  • 5,5–6 mm aramide/Dyneema “tech cord” geknoopt: substantieel zwakker dan ongeknoopt (~50% reductie). Gebruik standaard 7 mm nylon perlon voor het centraal punt, geen tech cord.

Zie ook

Bronnen

Tekst

  • Standplaatsbouw in rots en ijs — NKBV
  • Climbing Anchors (3e editie) — John Long & Bob Gaines
  • AMGA Single Pitch Manual & Rock Guide Manual
  • Petzl tech tip: Belay station construction
  • DMM — Slings at Anchors (droptest-data Dyneema vs. nylon: geknoopte Dyneema breekt bij factor 1)
  • UIAA 102 / EN 564 (accessory cord, min. breukbelasting); UIAA 105 / EN 12277 (zekerlus ≥ 15 kN)

Afbeeldingen

Videovoorbeelden