De saddlebagtechniek (saddlebagging) bergt het touw op als lussen die je aan je gordel hangt i.p.v. op een richel. Klassiek is dit een abseiltechniek: het touw rolt vrij uit terwijl je afdaalt — handig bij wind, klimmers onder je of rommelig terrein. Dezelfde aanpak werkt op een hangende standplaats zonder richel. Internationaal bekend als saddlebag — geen NL-equivalent gangbaar. Vraagt wat oefening om vlot uit te rollen.

Snel

  • Touw in lussen aan een Bandlus/karabiner aan je gordel (links en rechts wisselend)
  • Onderaan toevoegen, bovenaan loopt eerst uit
  • Klassiek een abseiltechniek; werkt ook op hangende standplaats zonder richel
  • Lusgrootte: ~1 m (abseilcoils ~4 ft ≈ 120 cm), elke volgende iets korter
  • Bij abseil/volgende lengte: lussen rollen vrij uit — geen verstrengeling

Wanneer gebruiken

Wel saddlebaggen

  • Hangende standplaats zonder vaste richel onder.
  • Smalle richel waar touw niet kan blijven liggen.
  • Wind / sneeuw — touw blijft op richel niet liggen.
  • Op multi-pitch waar meerdere standplaatsen achter elkaar komen.

Niet saddlebaggen

  • Brede richel beschikbaar — stapelen op richel is sneller.
  • Touw vuil / nat — saddlebag wordt zwaar en oncomfortabel.
  • Lange wachttijden — gewicht aan gordel wordt vermoeiend.

Videovoorbeelden

Procedure: saddlebag opzetten

  1. Vóór aankomst van de klimmer: twee bandlussen (60 cm) klaarmaken — één aan elke zijde aan Zekerlus of centraal punt geknoopt. (Hang lussen niet direct op kale materiaallussen — die zijn niet gecertificeerd voor dynamische belasting. Vuistregel: materiaallus alleen voor materiaalopslag (~5 kg), niet voor touwlussen onder spanning.)
  2. Zekeren naklimmer omhoog — apparaat aan centraal punt.
  3. Resultaat: touw hangt in een rij van lussen langs beide zijden van je gordel.

Procedure: saddlebag uitrollen bij volgende lengte

  1. Bij wissel of bij start volgende voorklim: voorklimmer pakt het uiteinde van het touw aan zijn gordelzijde.
  2. Voorklimmer trekt terwijl hij omhoog klimt.
  3. Lussen rollen vrij van de saddlebag — bovenste lus eerst, daarna naar onder.
  4. Zekeraar speelt mee: als lussen vast zitten, help ‘m met een ruk.

Bij goede saddlebag: het touw rolt vloeiend naar boven zonder wirwar.

Procedure: visueel

[anker]
    │
    │ centraal punt
    │
[zekeraar]   ←─ bandlus links (aan zekerlus)   bandlus rechts (aan zekerlus) ─→
    │              ▼                          ▼
    │           lus 1 (binnengetrokken)   lus 2
    │           lus 3                       lus 4
    │           lus 5                       lus 6
    │           ↓                             ↓
    │           hangt vrij                    hangt vrij
    │
    │  ↓ touw verder naar naklimmer onder

Saddlebag op één zijde of twee zijden

Twee zijden (gewoonlijk)

  • Lussen wisselend links/rechts.
  • Gewicht verdeeld.
  • Voordeel: comfortabel, geen overheld gewicht.
  • Nadeel: uitrollen kan complex zijn als beide zijden niet synchroon vrij komen.

Eén zijde

  • Alle lussen aan één zijde — bijv. de vrije zijde van de zekeraar.
  • Voordeel: uitrollen eenvoudig — alle lussen vanaf één kant.
  • Nadeel: asymmetrisch gewicht; bij veel touw wordt de laatste lus groot.

Keuze afhankelijk van persoonlijke voorkeur en touwlengte.

Lusgrootte

LusEffect
Te klein (< 50 cm)Veel lussen nodig → onhandig, snel verstrengeld
Goed (~1 m, abseilcoils ~120 cm / 4 ft)Standaard, rolt vlot uit
Te groot (lussen tot op de grond)Hangen op rotsranden, vangen wind, slepen mee

Pas aan op de situatie: bij abseil lange coils (~4 ft), bij krappe hangende standplaats iets korter. Maak elke volgende lus iets korter dan de vorige zodat ze in volgorde vrijkomen.

Voordelen van saddlebag

  • Werkt op elke standplaats — geen richel nodig.
  • Touw is geconcentreerd — kun je makkelijk verplaatsen.
  • Uitrollen vlot als goed opgezet.

Nadelen

  • Gewicht aan gordel — bij lang touw (60+ m) significant.
  • Vereist oefening — een slecht gesaddlebagd touw werkt op je zenuwen.
  • Bij verkeerd uitrollen wirwar. Lussen kunnen door elkaar.

Veelgemaakte fouten

  • Lussen niet wisselen links/rechts. Alle aan één zijde = onbalans in gewicht.
  • Lussen te groot. Hangen aan rotsranden, vangen wind.
  • Niet weten welk uiteinde “klim-zijde” is. Voorklimmer trekt verkeerde streng = klim-zijde komt naar boven i.p.v. touw uit saddlebag.
  • Saddlebag onder andere materiaallussen. Lussen geblokkeerd door quickdraws → wirwar.
  • Te veel touw in saddlebag. Bij 60+ m touw: zeer zwaar. Overweeg deel op richel + deel in saddlebag.
  • Geen plan voor uitrollen. Bij wissel: weet welk uiteinde naar de voorklimmer gaat en welke kant de lussen op rollen.

Saddlebag bij abseilen (klassieke toepassing)

Dit is de oorspronkelijke saddlebag-techniek: in plaats van het touw naar beneden te gooien, neem je het mee in coils aan je gordel en laat je het vrij uitrollen terwijl je afdaalt. Gebruik dit bij wind, bij klimmers onder je (je gooit geen touw op hun hoofd) of bij rommelig / laaghoekig terrein waar een gegooid touw vastloopt.

  1. Touw centreren op het abseilanker en je abseilapparaat installeren (verlengde abseil + autoblock op zekerlus — zie Abseil-achterzekering (autoblock)).
  2. Coils maken van ongeveer 1 m (≈4 ft / 120 cm) — bij één touw één coil, bij twee touwen (volledige lengte) één coil per zijde.
  3. Coils ophangen in een schouderlange bandlus aan een karabiner op een gordel­materiaallus, of over je bandlus aan de gordel. Verdeel over beide zijden bij veel touw.
  4. Afdalen — het touw rolt vanzelf uit de coils. Loopt het vast: maak de coil los en laat dat stuk vallen waar het wél kan.

Zie ook

Bronnen

Tekst

Afbeeldingen