De prusikknoop (Prusik hitch) is een in beide richtingen klemmende knoop. Grijpt onder belasting beide kanten op. Standaard voor opklimmen langs een touw en als klempunt in hijssystemen. Als abseil-third-hand legitiem maar suboptimaal — modern voorkeur is Franse prusik (Autoblock) omdat die vloeiender lost tijdens afdaling. Genoemd naar Dr. Karl Prusik (1931).

Prusikknoop met 3 wikkelingen — symmetrische vorm: de wikkelingen liggen rond de centrale doorvoer aan beide kanten gelijk. Klemt in beide richtingen.

Snel

  • Cordlus ~60–80 cm, 6–7 mm nylon (geen bandlus — prusik werkt slecht met sling)
  • 3 wikkelingen rond het touw, naast elkaar — 2-3 op 2-strangs (abseil-context), 4-5 op dun of gladcoated touw
  • Wikkelaantal nooit op gevoel vastzetten: stel het in via de compatibiliteitstest (schuift los, grijpt onder belasting)
  • Symmetrisch — beide kanten zien er hetzelfde uit
  • Klemt in beide richtingen
  • Als abseil-third-hand legitiem maar suboptimaal — modern voorkeur is Franse prusik (Autoblock)
  • Prusik boven het apparaat is in moderne klim-praktijk verlaten — altijd onder, aan zekerlus

Toepassingen

Per toepassing verschilt het wikkelaantal, de cord-keuze en de aanhechting. Klik door voor de volledige procedure.

1. Opklimmen langs vast touw — 1-strangs

Twee prusiks (korte borst + lange voet) op klimtouw, afwisselend belasten om omhoog te schuiven.

  • Cord: 6-7 mm nylon, gesloten cordlus
  • Wikkelingen: 3 op standaard 9,5-10 mm dynamisch touw; 4-5 op dun (< 9 mm) of gladcoated
  • Aanhechting: korte aan zekerlus; lange als voetlus
  • Catastrofeknoop in touw onder positie, aan zekerlus

Volledige procedure: Prusikken (voetprusik-borstprusik systeem, cyclus, materiaal).

2. Klempunt in 3:1 hijssysteem (Z-takel) — 1-strangs

Twee prusiks in een Z: progress-capture-prusik aan centraal punt, geleidings-prusik op de belaste streng.

  • Cord: 6-7 mm nylon, twee gesloten cordlussen
  • Wikkelingen: 3 op standaard touw; 4 op gladcoated
  • Aanhechting: progress-capture via schroefkarabiner aan centraal punt; geleidings via schroefkarabiner als deel van het Z-systeem
  • Belasting: vol klimmergewicht — wikkelingen moeten ruim genoeg zijn

Volledige procedure: Schweizer flaschenzug (setup, mechanisch voordeel, varianten).

3. Achterzekering tijdens belay escape — 1-strangs

Prusik op klim-zijde, geclipt aan tweede ankerpunt — vangt val op tijdens overdracht van klimmer-belasting van apparaat naar mariner.

  • Cord: 6-7 mm nylon
  • Wikkelingen: 3 — belasting is achterzekering, geen extra wikkels nodig
  • Aanhechting: schroefkarabiner aan tweede ankerpunt (niet hetzelfde als mariner)
  • Volgorde kritiek: achterzekering plaatsen vóór je de last overdraagt

Volledige procedure: Uit het zekersysteem komen, Ontlasten van het zekerapparaat.

4. Achterzekering bij zakken voorbij een knoop — 1-strangs

Niet primair gebruikt — daar is Marinerknoop de eerste keus omdat hij onder gedeeltelijke belasting te lossen is. Prusik komt erbij als secundaire achterzekering of catastrofeknoop-aanvulling.

Zie Zakken voorbij een knoop voor de volledige overdracht-procedure (Mariner als primair, prusik als secundair).

5. Abseil-achterzekering (third hand) — 2-strangs, suboptimaal alternatief

Een prusik onder het apparaat werkt als third hand — traditionele/oudere keuze, beschreven in Freedom of the Hills, Petzl tech-docs en AMGA. Klemt bij loslaten van de remhand. Modern voorkeur: Franse prusik (Autoblock) — niet om veiligheidsredenen, maar omdat hij vloeiender lost tijdens afdaling.

  • Cord: 6-7 mm nylon, gesloten cordlus
  • Wikkelingen: 2-3 rond beide rem-strengen (op standaard 9-10 mm touw)
  • Aanhechting: schroefkarabiner aan zekerlus, onder het apparaat (extended rappel) — nooit erboven

Nadeel t.o.v. autoblock: klemt in beide richtingen, eenmaal vol geknepen lastig terug los voor verdere afdaling. Je moet je gewicht eraf nemen (in een been hangen / aan iets vasthouden) of de wikkelingen handmatig loswerken. Op een lange multi-pitch afdaling met 20× stop-en-door = vermoeiend. Op een korte single-pitch abseil = prima.

Prusik boven het apparaat is in moderne klim-praktijk verlaten

Een prusik boven het apparaat (aan inbindlus) heeft meerdere problematische faalmodi: grijp-instinct houdt klem open, niet te lossen onder vol gewicht, en kan klimmer doen versnellen tijdens een ongecontroleerde afdaling. Plaats third-hand prusik altijd onder het apparaat aan de zekerlus.

PrusikknoopFranse prusik (Autoblock)
RichtingKlemt in beide richtingenKlemt in één richting
Onder belasting te lossenMet moeite (gewicht eraf)Vloeiend met handgreep
Geschikt voor abseil-achterzekeringLegitiem maar suboptimaalModern voorkeur
Geschikt voor opklimmenJa — standaardNee — klemt verkeerd om bij omhoog

6. 2-strangs toepassingen (zeldzaam)

Als je een prusik rond twee strengen tegelijk legt (bijv. bij sommige zelfredding-scenarios met dubbel touw):

  • Wikkelingen: 2-3 — de dubbele streng geeft meer wrijvingsoppervlak per wikkel, maar zet 2 nooit als vast getal: sommige cord/touw-combinaties op dubbel touw vragen juist 3. Stel in via de compatibiliteitstest.
  • Cord: 6-7 mm — eventueel 5-6 mm omdat de touwbundel relatief dik wordt
  • Praktijk: zeldzaam in sportklim, vaker in alpine glacier-rescue (buiten scope van deze wiki)

Voor abseil-achterzekering over 2 strangen: dat is een Franse prusik, niet een prusik — zie boven.

Vereisten

  • Cordlus van 60–80 cm in 6–7 mm nylon cord, gesloten met een Dubbele vissersknoop (Double fisherman’s)
  • Werkt niet met bandlus — alleen cord
  • Touw met een geschikt oppervlak
  • Diameter cord ~60–70% van touwdiameter

Procedure

  1. Cordlus dubbelvouwen — gevouwen kant + open kant.

  2. Eerste wikkeling: Ankersteek (girth hitch) — gevouwen kant door open kant.

  3. Tweede wikkeling — open kant nog een keer rond het touw in dezelfde richting, door dezelfde opening.

Videovoorbeelden

Veelgemaakte fouten

  • Wikkelingen over elkaar. Verstoort de klemming en kan glippen. Naast elkaar leggen.
  • Te weinig wikkelingen. Drie minimum op standaard touw met 7 mm cord. Dunner of gladder: vier of vijf.
  • Te dik cord. Cord even dik als het touw = glipt. Vuistregel: diameter cord ~60–70% van touwdiameter (op 9,8 mm touw: 6–7 mm cord; op 10,5 mm: 7 mm). Bij twijfel: dunner is veiliger dan dikker.
  • Geplaatst boven het apparaat tijdens abseil. In moderne klim-praktijk verlaten: grijp-instinct kan de klem juist openhouden, en onder vol gewicht is hij niet meer te ontgrendelen. Third-hand prusik altijd onder het apparaat, aan zekerlus.
  • Modern voorkeur is Franse prusik (Autoblock) voor abseil-achterzekering — niet omdat prusik gevaarlijk is, maar omdat autoblock vloeiender lost tijdens afdaling. Prusik als third hand blijft legitiem, vooral bij korte abseils of als je geen autoblock-cord bij je hebt.
  • Cord oververhit door snel glijden. Vooral op dun of Dyneema-achtig materiaal. Controleer na een schokbelasting; bij smeltsporen of verkleuring: vervangen.
  • Bandlus gebruikt. Prusik vereist cord met de juiste wrijvingseigenschappen. Een sling werkt niet goed.

Zie ook

Bronnen

Tekst

  • Freedom of the Hills, 9e editie, hoofdstukken over knopen en gletsjerredding
  • Karl Prusik, originele publicatie (december 1931, Österreichische Alpenzeitung — tijdschrift van de Oostenrijkse Alpenvereniging)
  • AMGA Self-Rescue Manual; Tyson & Loomis, Climbing Self-Rescue (2018)
  • Petzl tech tip — “How to make a Prusik loop for a rappel backup” (cord 6 mm / 1,5 m; wikkelaantal via compatibiliteitstest; cord-diameter ruim onder touw-diameter)
  • VDiff Climbing — “Prusik Knots: How to Tie Different Types” (cord-diameter 60–80% van touw, ideaal 60–70%; minimaal 3 wikkelingen, instellen op cord-stijfheid/diameter/vocht)
  • Alpinesavvy — “Rappel backup: avoid a prusik above your device” (grijp-instinct, niet te lossen onder vol gewicht; third hand altijd onder het apparaat)

Afbeeldingen