Prusikken is de techniek om met twee prusikknopen langs een touw omhoog te klimmen. Een korte prusik aan de gordel (als zekering) en een lange prusik om in te staan (voor stapbeweging). Door afwisselend gewicht en schuiven verplaats je jezelf omhoog. NKBV en Wikipedia beschrijven dit als oorspronkelijk Amerikaanse reddingstechniek; in NL klimjargon is “prusikken” een ingeburgerd werkwoord voor deze beweging.

Prusiktraining langs een vast touw boven een ijswand — de klimmer hangt aan de korte borst-prusik en schuift in cyclische bewegingen omhoog.

Snel

  • Korte (borst-) prusik (~60–80 cm gesloten) aan de zekerlus (belay loop) van de gordel — zekering
  • Lange (voet-) prusik (~120–150 cm gesloten) onder de korte, voetlus reikt tot kniehoogte bij staan
  • Lange schuift omhoog terwijl je aan de korte hangt, en omgekeerd
  • Vangknoop in het hoofdtouw elke ~3–5 m — zaksteek in een lus aan de zekerlus, voor als beide prusiks falen
  • Gewicht afwisselen → ~0,5–0,8 m per cyclus omhoog (geoefende gebruiker; beginners ~0,3–0,5 m)
  • Een van de fundamentele reddingsvaardigheden

Wanneer prusikken

  • Klimmer is gevallen onder een overhang en kan niet zelf terug naar de wand klimmen.
  • Naklimmer moet een vastgelopen voorklimmer helpen — prusikken langs een vast touw.
  • Vastgelopen touw halverwege — prusikken naar het probleem.
  • Bij zelfredding na een ongeval — toegang krijgen tot een hoger punt.

Videovoorbeelden

Materiaal

  • Twee gesloten prusiklussen:
    • Korte (borst-prusik): 60–80 cm gesloten (~120–160 cm touwlengte vóór sluiten met Dubbele vissersknoop). Reikt tot je zekerlus in hangpositie.
    • Lange (voet-prusik): 120–150 cm gesloten (~240–300 cm touwlengte vóór sluiten). De voetlus moet bij staan reiken van standpositie tot knie- of dijhoogte.
  • Touwdiameter: 6–7 mm prusiktouw op een 9–10 mm klimtouw (verhouding ~60–70%).
  • 2 schroefkarabiners voor de verbindingen — korte prusik aan de zekerlus, lange prusik aan de voetlus.

Procedure: opzetten

Procedure: klimmen omhoog

Cyclus

  1. Hang aan de korte prusik (zekering aan de gordel).

    • Sta los van de lange prusik (voet eruit).
    • Schuif de lange prusik omhoog langs het hoofdtouw — zo ver mogelijk.
  2. Stap in de lange prusik (voet in de lus).

    • Sta op de lange prusik — gewicht op het been.
    • De korte prusik is nu onbelast.
  3. Schuif de korte prusik omhoog langs het hoofdtouw — tot op gordelhoogte.

    • De korte zit nu hoger op het touw.
  4. Hang weer aan de korte prusik (gewicht terug op de gordel).

    • Voet uit de lange prusik (los staan).
  5. Herhaal stappen 1–4.

Per cyclus: ~50–80 cm omhoog. Trage, vermoeiende techniek — het tempo loopt snel terug naarmate je vermoeid raakt.

Visueel

       │ ← hoofdtouw (klimtouw)
       │
       ▒ ← korte prusik (geknoopt om het hoofdtouw)
       │
       │
       ▒ ← lange prusik (geknoopt onder de korte)
       │
       │
       ╲╱  ← lus van de lange prusik (voet erin)

Korte prusik → schroefkarabiner → ZEKERLUS van de gordel
Lange prusik → voet erin zetten

Variaties

Met korte voetlus

  • De gesloten lus blijft gewoon 120–150 cm; je verkort alleen de effectieve voetlus tot ~30 cm — bijvoorbeeld door een extra knoop te leggen of de lus dubbel te slaan — in plaats van een ruime lus te laten hangen.
  • De klimmer staat met één voet in die strakke lus — preciezere krachtoverbrenging, minder slingeren.
  • Vaker gebruikt in alpine context.

Met klemheist of Bachmann (sneller te bedienen)

  • Klemheist of Bachmannknoop als alternatief voor de prusik.
  • Voordeel: makkelijker omhoog te schuiven en na belasting los te maken; werkt beter op nat/ijzig touw.
  • Klemheist: klemt minstens zo sterk als een prusik (vaak strakker), maar is eenrichtings — alleen belastbaar in de richting waarvoor hij geknoopt is. Bij prusikken is dat geen probleem: de belasting is altijd naar beneden.
  • Bachmann: de karabiner werkt als handgreep (handig met handschoenen), maar grijp het touw bij de karabiner zelf niet vast — pak nooit de karabiner als de knoop moet klemmen, anders kan hij doorglijden.

Met mechanische ascender (touwklem)

  • Petzl Micro Traxion, Spoc of vergelijkbare progress-capture pulley (katrol met terugloopstop).
  • Mechanisch in plaats van met een knoop.
  • Veel sneller dan een prusik (~3× zo snel).
  • Vaak gebruikt op multi-pitch wanneer ascenders aanwezig zijn.

Tibloc en stootbelasting: de eigen documentatie van Petzl waarschuwt dat de Tibloc onder stootbelasting de mantel van het touw kan beschadigen — de getande klem rijt de mantel open. Voor situaties met mogelijke stootbelasting (crevasse, ophaalsysteem) heeft de Micro Traxion of Spoc de voorkeur — vergelijkbaar gewicht, geen mantelschade-risico. Voor zelfredding-prusiken zonder schokbelasting blijft de Tibloc bruikbaar.

Veelgemaakte fouten

  • Korte prusik aan de inbindlus in plaats van aan de zekerlus. De zekerlus is dé materiaal-aanhechting; de inbindlus is voor de touwknoop. Bovendien zit een borst-prusik aan de inbindlus in de weg van je PAS of cow’s tail.
  • Korte prusik te kort. Bij hangen reikt deze niet tot je zekerlus. Korte = 60–80 cm gesloten.
  • Lange prusik te kort. Bij staan reik je niet hoog genoeg met je benen. De voetlus moet tot knie- of dijhoogte reiken. Lange = 120–150 cm gesloten.
  • Lange prusik boven de korte. Bij omhoog stappen wordt de korte meegetrokken — je kunt dan niet meer aan de korte hangen. De lange blijft altijd onder de korte.
  • Geen vangknoop in het hoofdtouw. Bij falen van beide prusiks: val tot op de grond. Een vangknoop elke ~3–5 m begrenst de val tot ongeveer dat interval (de opgebouwde slap onder je) in plaats van de hele weg naar beneden. Daarom: hoe korter het interval, hoe korter de val — leg de nieuwe vangknoop altijd vóór je de oude weghaalt.
  • Te weinig wikkelingen. Bij elke prusik minstens 3–4 wikkelingen. Bij glad of nieuw prusiktouw soms 5.
  • Prusiks van dezelfde lengte. Verwarrend; klemmen ook op dezelfde manier. Korte en lange moeten duidelijk verschillen.
  • Prusik klemt vast. Onder belasting wordt een prusik strakker; daarna weer los krijgen is lastig. Geleidelijk losmaken.
  • Verkeerde volgorde (de lange schuift omhoog voordat de korte belast hangt). Schuif je de lange terwijl er gewicht op zit, dan klemt hij vast.
  • Uitvoeren in vermoeide toestand. Prusikken is vermoeiend; je eigen capaciteit overschatten kan gevaarlijk zijn.

Specifieke vaardigheid: prusik losser krijgen na belasting

Onder belasting wordt een prusikknoop erg strak. Om hem na hangen weer vrij te kunnen schuiven:

  1. Trek de prusik in de tegengestelde richting — los uit de klemming.
  2. Beweeg hem kort heen en weer — de knoop ontspant.
  3. Schuif hem daarna langs het touw.

Met oefening: ~5 seconden per overgang.

Wanneer prusikken niet werkt

  • Touw is nat of bevroren: prusik klemt slechter — soms helemaal niet. Eventueel meer wikkelingen.
  • Touw is heel dik (>11 mm): prusik klemt te sterk.
  • Touw is heel dun (<8 mm): prusik klemt slecht.
  • Touw heeft een droogcoating: prusik glijdt — extra wikkelingen toevoegen.

In zulke gevallen: een mechanische ascender, Klemheist of Bachmannknoop als alternatief.

Combinatie met andere reddingsvaardigheden

Prusikken is vaak onderdeel van een langere redding:

  1. Uit het zekersysteem komen: zekeraar los van het apparaat.
  2. Prusikken omhoog naar de klimmer.
  3. Eerste hulp of oplossing bij de klimmer.
  4. Tandem abseilen of Abseilen op tegengewicht terug naar beneden.

Zie ook

Bronnen

Tekst

Afbeeldingen