Abseilen op tegengewicht (counterweight rappel) is een reddingstechniek waarbij één klimmer naar beneden abseilt terwijl de gewonde of niet-zelfredzame klimmer als tegengewicht aan de andere streng van het touw hangt. Beide klimmers zakken samen — één gecontroleerd via het apparaat, de andere passief als tegengewicht. Het is een van de standaardprocedures voor evacuatie van gewonde klimmers wanneer laten zakken niet mogelijk is — een tweede keuze na Tandem abseilen of een directe aflaat.
Zelfredding-opstelling met prusik aan het touw — basisonderdeel van abseilen op tegengewicht: het slachtoffer hangt via een klemknoop aan zijn touwstreng, terwijl de redder aan de andere streng afdaalt. Het anker werkt als katrol.
Snel
- Eén klimmer (de redder) op een apparaat aan streng A; het slachtoffer aan streng B via een prusik op zijn hangpositie
- Beide strengen door het Omlooppunt — het anker werkt als katrol
- Beide klimmers zakken gelijktijdig — de gewichten balanceren via het omlooppunt
- Vangknoop (achtknoop in een lus) in de remstreng aan het anker tijdens de overdracht — pas weg als het systeem in balans hangt
- Vereist: touw lang genoeg voor de totale afdaling (één volle lengte)
- Onderscheid met Tandem abseilen: tandem = beiden op dezelfde streng en hetzelfde apparaat; tegengewicht = elk op een eigen streng, omlooppunt als katrol
Wanneer toepassen
- Gewonde klimmer die niet zelf kan abseilen.
- Bewusteloze klimmer die niet kan meehelpen.
- Afdaling tot één volle pitch — abseilen op tegengewicht is geschikt voor één volle pitch (tot ~halve touwlengte, typisch 25–30 m bij een 60 m touw). Langere afdalingen vereisen meerdere pitches met tussenstops. (Voor heel korte afdalingen is Tandem abseilen eenvoudiger.)
- Wanneer slachtoffer en redder samen op één apparaat technisch lastig is (bijvoorbeeld bij een dak of overhang waar tandem niet werkt).
Niet voor:
- Volledig gezonde klimmers (gewone abseil).
- Extreem gewichtsverschil zonder compensatie (zwaar slachtoffer + zeer lichte redder = de redder wordt omhoog getrokken).
- Onduidelijke afdaalroutes waarin het slachtoffer ongezekerd vast zou kunnen komen te zitten.
Principe
Bij abseilen op tegengewicht:
- Het touw loopt dubbel door het Omlooppunt.
- De redder hangt aan de ene streng via het abseilapparaat.
- Het slachtoffer hangt aan de andere streng via een gordelaanhechting.
- Wanneer de redder zijn apparaat belast, komt de andere streng omhoog.
- Beide klimmers zakken samen — de gewichten balanceren tegen elkaar via het omlooppunt.
Vereisten
- Omlooppunt of omleidkarabiner die dubbele belasting houdt (ongeveer tweemaal lichaamsgewicht plus wrijvings- en dynamische pieken op één punt).
- Touw lang genoeg — de totale afdaling moet binnen de halve touwlengte vallen (beide strengen even lang).
- Aanhechting voor het slachtoffer — een prusik of andere klemknoop op de streng van het slachtoffer, geclipt aan zijn zekerlus. Niet met een bandlus naar een touwuiteinde.
- Abseilapparaat voor de redder.
- Autoblock als achterzekering voor de redder, op de zekerlus, onder het apparaat.
- Standaard beginpositie: ontlasten van het zekerapparaat moet al uitgevoerd zijn — het slachtoffer hangt aan het centraal punt van de standplaats, niet aan het touw van de zekeraar.
Procedure
-
Voorwaarde — zekerapparaat is al ontlast, slachtoffer hangt aan het centraal punt. Uit het zekersysteem komen / Ontlasten van het zekerapparaat heeft uitgevoerd:
Abseilen op tegengewicht begint nadat de zekeraar
- Slachtoffer hangt aan het centraal punt van de standplaats via een Mariner-knoop of MMO-blok (te lossen onder belasting).
- Redder is los van het apparaat.
- Beide klimmers hebben een zelfzekering aan de standplaats.
- Pas dan beginnen met de opstelling voor het tegengewicht.
-
Touw door het omlooppunt of de omleidkarabiner — dubbel door het omlooppunt aan het centraal punt, met het midden bij het omlooppunt en beide einden ongeveer even lang. Het omlooppunt werkt als katrol — moet 2× lichaamsgewicht aankunnen.
-
Aanhechting van het slachtoffer — "rescue spider" hergebruiken, klemknoop aan de zekerlus van het slachtoffer. klemknoop op de streng van het slachtoffer gelegd, verbonden via een Mariner-knoop of MMO-blok aan het centraal punt. Deze "rescue spider" wordt hergebruikt voor het tegengewicht:
Tijdens het ontlasten van het zekerapparaat heeft de zekeraar al een
- De klemknoop zit al op de streng van het slachtoffer — geen nieuwe knoop nodig.
- Schroefkarabiner door het prusiktouw aan de zekerlus van het slachtoffer (niet meer aan het centraal punt — die wordt straks bij stap 6 losgemaakt).
- Test: zorg dat de klemknoop klemt; het slachtoffer hangt straks vrij aan deze streng zodra de Mariner-knoop of MMO-blok wordt vrijgegeven.
Alternatief: als het ontlasten niet via een rescue spider verliep, leg dan nu een klemknoop op de streng van het slachtoffer ter hoogte van zijn hangpositie. Niet aan een touwuiteinde — dat is vanuit de hangpositie fysiek onbereikbaar.
-
Redder aan zijn streng — verlengde abseil + autoblock aan de zekerlus.
- Andere streng (B) door het abseilapparaat aan een verlengde abseil (bandlus boven de gordel — zie Abseil-achterzekering (autoblock)).
- Schroefkarabiner aan het verlengde punt.
- Franse prusik (Autoblock) om de rem-zijde, geclipt aan de zekerlus van de redder.
-
Vangknoop aan het anker vóór de overdracht — leg een achtknoop in een lus (figure-8 on a bight) in de remstreng van de redder, onder het apparaat, en clip die met schroefkarabiner aan het centraal punt.
Catastrofeknoop tijdens de overdracht
Het lossen van de Mariner-knoop of MMO-blok is het kwetsbaarste moment: glipt de te-lossen knoop er ongecontroleerd uit vóór het tegengewicht draagt, dan valt het slachtoffer. De vangknoop in de remstreng aan het anker vangt dat op — het slachtoffer blijft via het omlooppunt aan het anker verbonden. Pas open zodra het systeem aantoonbaar in balans hangt (stap 7).
-
Belastingsoverdracht — geleidelijk van zekerapparaat-ontlasting naar tegengewicht.
- Het slachtoffer hangt nu aan: (a) een te-lossen knoop aan het centraal punt (oud systeem) + (b) een prusik op zijn streng (nieuw) + (c) de vangknoop in de remstreng als achtervang.
- Laat de te-lossen knoop geleidelijk vieren — de belasting gaat over op de prusik via streng → omlooppunt → andere kant.
- Aan de andere kant: de redder belast zijn apparaat — het systeem komt in evenwicht via het omlooppunt.
- Beiden hangen nu aan hun eigen streng, de gewichten balanceren over het omlooppunt.
-
Test vóór je de zelfzekering loshaalt — beide klimmers hangen aan het touw, gewichten in balans via het omlooppunt. Laat de zelfzekering van de redder kort los om het systeem te controleren. Houdt het systeem? Maak dan de vangknoop in de remstreng los en ga verder.
-
Afdalen — redder bedient het apparaat, slachtoffer hangt passief, trager dan solo.
- De redder bedient het apparaat zoals bij een gewone abseil — remhand om de remstreng, andere hand op de autoblock.
- Het slachtoffer hangt passief aan zijn streng via de prusik.
- Snelheid: afhankelijk van de gewichtsbalans — meestal trager dan een solo-abseil.
- Communicatie: de redder zorgt dat het slachtoffer niet tegen de rots slaat.
-
Omschakelen bij problemen onderweg.
Wees voorbereid om het systeem om te schakelen naar opklimmen als:
- Het slachtoffer in een onmogelijke positie komt (klem tegen de rots, in een spleet).
- De touwlengte op raakt vóór de volgende standplaats bereikt is.
Mogelijke omschakeling: prusik op de streng van het slachtoffer als touwklem, eigen apparaat omdraaien naar opklim-modus. Vereist een vooraf geoefende vaardigheid.
-
Onderaan — stevig op de grond of op de volgende standplaats. Redder eerst zelfzekering, dan slachtoffer. Apparaat los, prusik van slachtoffer los, touw aftrekken.
Videovoorbeelden
Meer video's
Variant: redder boven, slachtoffer onder
In sommige situaties hangt het slachtoffer iets onder de redder zodat de redder kan zien wat het slachtoffer doet:
- Bandlus van het slachtoffer aanpassen — net lager dan de redder (typisch 30–50 cm) zodat de redder de luchtweg en bewustzijn kan monitoren.
- De redder bedient zijn apparaat boven.
- Het slachtoffer hangt in beeld.
Voordeel: zicht op het slachtoffer. Nadeel: de redder kan tegen het slachtoffer slaan tijdens de afdaling.
Gewichtsverschil
Bij groot gewichtsverschil:
| Verschil | Effect | Oplossing |
|---|---|---|
| Redder > slachtoffer | Beiden zakken; zwaardere belasting voor de redder | Normaal — apparaat absorbeert |
| Redder ≈ slachtoffer | Gebalanceerd | Standaardsituatie |
| Redder < slachtoffer | Slachtoffer trekt de redder omhoog | Probleem — apparaat moet veel kracht leveren |
Bij groot verschil: de redder kan een rugzak met materiaal aan zichzelf hangen als extra gewicht.
Veelgemaakte fouten
- Het slachtoffer aan het touwuiteinde clipsen in plaats van aan zijn hangpositie. Verschillende bronnen leren licht verschillende procedures. Moderne aanpak (VDiff, Mountaineers): het slachtoffer hangt al via een “rescue spider” (klemknoop op de streng van het slachtoffer, verbonden via een Mariner-knoop of MMO-blok aan het centraal punt) na het eerder ontlasten van het zekerapparaat — die klemknoop dient als aanhechting voor het tegengewicht. Aan een ver touwuiteinde clipsen werkt niet — het slachtoffer kan niet langs het touw glijden naar het uiteinde.
- Beginnen zonder eerst het zekerapparaat te ontlasten. De procedure begint met het slachtoffer al overgedragen aan het centraal punt. Niet “slachtoffer hangt aan PAS” zonder eerst te ontlasten.
- Slachtoffer niet gezekerd aan zijn streng vóór het lossen van de Mariner-knoop. Een tussenmoment zonder zekering = val. Eerst prusik op de streng van het slachtoffer + clipsen aan zijn zekerlus, dan pas de Mariner-knoop of MMO-blok lossen.
- Geen vangknoop aan het anker tijdens de overdracht. De Mariner-knoop of MMO-blok kan er bij het lossen ongecontroleerd uitglippen vóór het tegengewicht draagt. Leg eerst een achtknoop in een lus in de remstreng en clip die aan het centraal punt; pas weghalen als het systeem aantoonbaar in balans hangt.
- Geen autoblock als achterzekering bij de redder. Bij verlies van controle vallen beide klimmers.
- Autoblock aan beenlus in plaats van zekerlus. Bij snelsluitende beenlussen kan de gesp openen — gebruik de zekerlus + verlengde abseil.
- Touw door één bout zonder omlooppunt. Slechte slijtage en hoge belasting op één punt. Alleen toepassen met een goed omlooppunt of omleidkarabiner.
- Touw te kort. De halve touwlengte moet groter zijn dan de totale afdaling. Bij twijfel: meerdere lengtes met tussenstops.
- Slachtoffer aan beide strengen. Verstrengeling — slachtoffer hangt klem in het systeem. Alleen aan één streng via prusik.
- Te snel afdalen. Het slachtoffer slingert tegen de rots = nieuwe blessure.
- Verwarring met Tandem abseilen. Abseilen op tegengewicht (eigen streng, omlooppunt als katrol) ≠ tandem (dezelfde streng, één apparaat). Mechanisch verschillende technieken — niet door elkaar halen in de procedure.
Vergelijking met andere methoden
| Methode | Voordeel | Nadeel |
|---|---|---|
| Abseilen op tegengewicht | Snel, weinig opbouw | Vereist gewichtsbalans |
| Tandem abseilen | Beide klimmers samen, beste controle | Ingewikkelde opbouw van apparaat |
| Aflaten van de klimmer vanaf standplaats | Eenvoudig vanaf boven | Onderaan moet iemand staan |
Bij multi-pitch terugkeer met slachtoffer
Voor lange routes: meerdere abseils op tegengewicht achter elkaar.
- Per lengte: abseilen op tegengewicht naar de volgende standplaats.
- Op de standplaats: beide klimmers zelfzekerend, gewicht overzetten.
- Volgende abseil: opnieuw opbouwen.
Dit is uitputtend en kost veel tijd. Bij echt levensbedreigende situaties: bel 112 voor de bergreddingsdienst in plaats van zelf te evacueren.
Veiligheid
Belasting op het anker
Abseilen op tegengewicht belast het omlooppunt met dubbel gewicht (twee klimmers). Het anker moet die zware belasting kunnen houden. Sportanker zichtbaar controleren — bij twijfel niet gebruiken.
Hulp roepen
Bij ernstig letsel: eerst 112 bellen voor je met de redding begint. De bergreddingsdienst kan een helikopter sturen — vaak veiliger dan zelf evacueren.
Zie ook
- Tandem abseilen (Tandem rappel — alternatief)
- Abseilen met één touw (Single-rope rappel)
- Abseilen met twee touwen (Two-rope rappel)
- Abseil-achterzekering (autoblock) (Rappel backup)
- Reddingstechnieken overzicht (Self-rescue overview)
- Uit het zekersysteem komen (Belay escape)
- Prusikken (Ascending the rope)
- Sportklimstandplaats (Sport anchor)
- Duo-abseilen (simul-rappel)
- Hangtrauma
Bronnen
- Algemene zelfredding-praktijk volgens AMGA / Tyson & Loomis
- Climbing Self-Rescue (Andy Tyson & Molly Loomis)
- AMGA Rock Guide Manual
- Freedom of the Hills, 9e editie, hfst. 21
- Petzl (professionele redding): Accompanied / counterweight descent — de redder ontlast de slachtoffer-streng door zijn eigen streng te belasten, slachtoffer komt omhoog terwijl de redder zakt
- American Alpine Institute: Rappelling — The Basics
- UIAA Mountain Skills: Assistance to a partner stuck mid-rappel
- Rigging for Rescue: Counter-balance and tandem rappel techniques
- Rigging Lab Academy: Counterbalance Rescue Technique — redder en slachtoffer als gewichten over de katrol; mechanisch voordeel bij groot gewichtsverschil
- Rock Climbing Realms: Counterbalance Rappel Rescue for Multi-Pitch Routes — rescue spider, vangknoop (figure-8 on a bight) in de remstreng aan het anker tijdens de overdracht
- Mountaineers — Climbing Self-Rescue 1 notes (3-wrap prusik op de slachtoffer-streng; te-lossen knoop naar het anker)
- Climbing.com: How to Rappel Safely With an Injured Climbing Partner
Afbeeldingen
- Prussik self rescue (6020790057).jpg — sergejf, Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0