Reddingstechnieken (zelfredding; self-rescue) zijn procedures voor als er onverwacht iets misgaat — klimmer gewond, vastgelopen touw, apparaatfalen. TSAC biedt deze technieken aan binnen de ZK-AK cursus (Zelfstandig Klimmer — Alpenklimmer); NKBV-aangesloten studentenklimverenigingen geven vergelijkbare modules. Voor sportklimmen: basisset essentieel; voor alpinisme: uitgebreidere kennis.

Abseilen tijdens zelfredding op Upper Spire (Phantom Spires, Californië). Een gecontroleerde afdaling met autoblock-vangknoop is vaak het eerste antwoord op een reddingssituatie — sneller en minder risicovol dan omhoog prusikken.

Snel

Wanneer zelfredding

SituatieEerste actie
Klimmer gewond op standplaatsUit het zekersysteem komen om hulp te bieden
Klimmer hangt halverwege, kan niet doorVoorklim aflaten of bailen
Klimmer hangt onder overhang, vastPrusikken omhoog of Tandem abseilen
Touw vastgelopen bij aftrekkenVastgelopen touw
Klimmer met knoop boven het apparaatZakken voorbij een knoop
Zekeraar moet handen vrijUit het zekersysteem komen
Eén klimmer is gewond, terug naar onderAbseilen op tegengewicht
Gewonde klimmer kan niet zelf afdalenTandem abseilen

Videovoorbeelden

Basisvaardigheden in deze sectie

1. Uit het zekersysteem komen (Belay escape)

De zekeraar maakt zichzelf los van het zekerapparaat zonder de klimmer te laten vallen. Fundamenteel — zonder dit kun je geen andere redding doen.

2. Prusikken (Ascending the rope)

Met twee prusikknopen opklimmen langs een touw. Bijvoorbeeld als je naar een vastgelopen plek moet, of als de voorklimmer is gevallen en jij als naklimmer moet doorklimmen.

3. Tandem abseilen (Tandem rappel)

Twee klimmers samen op één apparaat afdalen. Voor gewonde klimmer of beginner.

4. Zakken voorbij een knoop (Lowering past a knot)

Procedure om een klimmer te laten zakken waarbij het touw een knoop bevat (bijvoorbeeld twee aan elkaar geknoopte touwen voor een lange aflaat).

5. Abseilen op tegengewicht (Counterweight rappel)

Eén klimmer abseilt waarbij de gewonde klimmer als tegengewicht hangt aan de andere streng. Variant van tandem abseilen.

Materiaal voor zelfredding

Standaard pak (op gordel of in rugzak):

ItemDoel
Twee prusiklussen (60–80 cm + 120–150 cm, gesloten — zie Prusikken)Prusikken, autoblock, Mariner-knoop
Cordelette (5 m, 7 mm)Standplaatsbouw, prusiks
Bandlus 60 cm + 120 cmVerbindingen, schuifanker
4–6 schroefkarabinersVerbindingen
2–4 snapkarabinersTussenliggende verbindingen
Klein mesTouw doorsnijden bij echt noodgeval (zeldzaam)
TelefoonHulp bellen (112)
EerstehulppakketKlein, voor blessures

Niet alles is altijd nodig — kort afwegen op basis van de routecontext.

Wanneer eigen kennis te kort schiet

Bij situaties die je niet zelf aankunt:

  1. Stabiliseer: klimmer in veilige toestand, niet verder laten verslechteren.
  2. Bel het lokale alarmnummer: in NL/BE 112. In Frankrijk/Italië: 112 of regionaal nummer voor bergredding. In Zwitserland: 1414 (Rega) of 112. Check vooraf het regionale alarmnummer.
  3. Geef informatie: GPS-positie, aantal personen, type letsel.
  4. Wacht op hulp: bergreddingsdienst arriveert.

Zelfredding ≠ alles zelf doen. Soms is de slimste actie: hulp roepen.

Oefenen vooraf

Zelfreddingsvaardigheden moeten ingestudeerd zijn vóór ze nodig zijn:

  • Op droog terrein: in de tuin of klimhal, met een partner.
  • Tijd: elke vaardigheid 30+ minuten oefenen tot het vlot gaat.
  • Combinaties: een echt noodgeval = combinatie. Oefen ook scenario’s.
  • Frequentie: minstens één keer per seizoen herhalen — anders zak je weg.

NKBV biedt cursussen (Zelfredding & Alpinisme, ZK-AK) waar je deze vaardigheden onder begeleiding leert.

Klassieke fout in noodgevallen

Fouten onder stress

In een noodgeval daalt je besluitvormingsvermogen sterk. Symptomen:

  • Tunnelvisie — focus op één ding, mist de rest.
  • Verkeerde knoop of verkeerd gebruik van het apparaat — basisvaardigheden falen.
  • Paniekreactie — onnodige bewegingen, fouten.

Daarom: vooraf geoefende vaardigheden zijn betrouwbaarder dan improvisatie.

Hiërarchie van veiligheid

In elke redding:

  1. Eigen veiligheid eerst — als je zelf in problemen raakt, kun je niemand helpen.
  2. Partner veilig houden — geen verdere blessure.
  3. Probleem oplossen — daarna pas actie.

Geen heldenacties zonder veiligheid.

Een typisch reddingscenario doorlopen

Scenario: voorklimmer valt halverwege en is bewusteloos of niet aanspreekbaar.

  1. Zekeraar vangt de val op (Een val opvangen) — apparaat blokkeert, klimmer hangt.
  2. Zekeraar roept: “Ben je OK?” Geen reactie.
  3. Zekeraar Uit het zekersysteem komen: maakt zichzelf los van het apparaat zonder de klimmer te laten vallen — belasting wordt overgedragen naar het centraal punt van de standplaats.
  4. Beslissing: laten zakken of prusikken?
    • Eerste keuze (waar mogelijk): klimmer laten zakken naar de grond — minder risico voor jou, klimmer komt sneller bij hulp. Vereist: voldoende touwlengte en geen obstakels onderweg.
    • Tweede keuze: Prusikken omhoog naar de klimmer — alleen als zakken niet mogelijk is (touw te kort, obstakels).
  5. Bij laten zakken: geen prusiks omhoog nodig; klimmer komt naar de grond.
  6. Bij prusikken omhoog: opklimmen, daarna Abseilen op tegengewicht of Tandem abseilen terug.
  7. Bel 112 vroeg in het proces — bergreddingsdienst kan een helikopter sturen, vaak veiliger dan zelf evacueren.

Dit zijn 6+ vaardigheden in serie — elk moet vooraf bekend zijn. In guide-praktijk (AMGA-curriculum, Tyson & Loomis): laten zakken heeft de voorkeur boven omhoog — sneller, minder risico voor de redder, minder fysieke inspanning.

Sportspecifieke beperkingen

In sportcontext is de behoefte aan zelfredding beperkt omdat:

  • Routes liggen vaak vlakbij een weg of hulp.
  • Telefoonbereik is meestal beschikbaar.
  • Bouten zijn betrouwbaar.

Toch: de basisset kennen is verplicht voor multi-pitch — anders kun je halverwege niet helpen.

Voor wie deze sectie

Deze pagina’s geven een basis voor sport multi-pitch. Voor alpinisme (gletsjer, ijs, lange routes) is veel meer kennis nodig — zie de NKBV-alpinecursussen.

Zie ook

Bronnen

Afbeeldingen