De valfactor (fall factor) is de verhouding tussen de valhoogte en de hoeveelheid uitgegeven touw tussen klimmer en zekeraar. De formule is simpel: valfactor = valhoogte / uitgegeven touw. De waarde voorspelt de vangstoot (impact force) op klimmer en systeem; hoe hoger de factor, hoe heviger de val. De theoretische maximumfactor is 2 (val van boven het ankerpunt zonder tussenliggende zekering).
Twee scenario’s met dezelfde valhoogte (h ≈ 4 m). Links: 10 m uitgegeven touw, factor 0,4 — het touw kan veel energie absorberen, lage vangstoot. Rechts: 2 m touw vanaf de standplaats, factor 2 — weinig touw om energie te absorberen, hoge vangstoot op klimmer én standplaats.
Formule en alternatieve diagrammen
De valfactor F = valhoogte (h) / uitgegeven touw (L). Hier: 4 m val op 10 m touw = factor 0,4.
Twee vergelijkbare scenario’s: links een korte val laag in de route met weinig uitgegeven touw; rechts een langere val hoger in de route met veel meer touw uit. De verhouding h/L bepaalt de vangstoot, niet de absolute valhoogte.
Schematisch: links factor 0,33 (1 m val op 3 m touw), rechts factor 1,5 (3 m val op 2 m touw). Rood = valpunt, geel = bovenste zekering, blauw = klimmer.
Snel
- Formule: valfactor = valhoogte / uitgegeven touw
- Theoretisch maximum: 2
- Sportrealiteit: meestal < 1 (omdat er altijd zekering boven je is na de eerste paar bouten)
- Hoogste sportrisico: vlak na de eerste bout van een nieuwe lengte op multi-pitch (factor kan oplopen)
- Lager is altijd beter — meer uitgegeven touw en lagere valhoogte geven een lagere vangstoot
Hoe het werkt
De vangstoot (impact force) op een touw — en daarmee op klimmer en gordel — hangt af van hoeveel valenergie het touw moet absorberen ten opzichte van hoeveel uitgegeven touw beschikbaar is om die energie via rek op te vangen. Twee identieke vallen (dezelfde valhoogte) op verschillende touwlengtes geven heel verschillende vangstoten:
- Val van 4 m op 2 m uitgegeven touw: factor 2, hoge vangstoot (ongeveer 8–12 kN op de klimmer, afhankelijk van touwtype en zekeraardynamiek)
- Val van 4 m op 20 m uitgegeven touw: factor 0,2, lage vangstoot (ongeveer 3 kN op de klimmer)
Het is dus niet de valhoogte maar de verhouding die telt. Een lange val op veel touw kan zachter zijn dan een korte val op weinig touw.
Voorbeelden in sportcontext
Voorbeeld 1: voorklimmer net na clippen
- Klimmer 1 m boven de laatste bout, 20 m touw uit
- Val van 2 m (1 m boven + 1 m daaronder voordat het touw strak komt)
- Valfactor = 2 / 20 = 0,1 — heel zacht
Voorbeeld 2: voorklimmer net vóór clippen
- Klimmer 2 m boven de laatste bout, 20 m touw uit
- Val van 4 m
- Valfactor = 4 / 20 = 0,2 — nog steeds zacht
Voorbeeld 3: voor de eerste bout, ongezekerd
- Klimmer 4 m boven de grond, geen bout geclipt
- Grondval — geen touwopvang. Geen valfactor-situatie, maar een gewone val tegen de ondergrond.
- Zie Grondvalrisico bij eerste bouten en Eerste bout stickclippen.
Voorbeeld 4: multi-pitch, eerste bout van een lengte (gevaarlijk)
- Voorklimmer staat op de standplaats, klimt 2 m omhoog zonder de eerste bout te clippen
- Val van 4 m (2 m boven de standplaats + 2 m daaronder)
- Touwlengte uit: 2 m
- Valfactor = 4 / 2 = 2 — maximaal! Hoge vangstoot op klimmer, standplaats en ankerpunten
- Risico: de standplaats kan onder factor-2-belasting falen. Daarom: de eerste bout van een lengte snel clippen.
Maatregelen om valfactor te verlagen
- Vroeg clippen. Hoe sneller je een tussenzekering legt, hoe lager de factor wordt.
- Touw wat verlengen. Bij voorklim: extra slap aanhouden net na clippen zodat het ankerpunt niet direct strak getrokken wordt (helpt de val te dempen).
- Touw kort houden bij beginners. Bij toprope met veel slap kun je een lange val maken (het touw rekt onder belasting). Krap zekeren.
- Zachte vangst bij voorklimmen — de zekeraar springt een meter omhoog of geeft 0,5 tot 1 m slap tijdens de val, zodat de touwrek wordt aangevuld met systeemrek. Verkleint de effectieve factor.
- Vermijd factor 2 bij multi-pitch. Direct na de standplaats: clip de eerste bout of het eerste tussenanker zo snel mogelijk.
Gevolgen van hoge valfactor — twee verschillende getallenrijen
Belangrijk onderscheid: UIAA-laboratoriumwaarden (statisch ankerpunt, 80 kg testgewicht, geen zekeraardynamiek) tegenover praktijkwaarden (praktijkmetingen van Petzl met meeverende zekeraar en frictie).
UIAA-test (laboratorium, plafondwaarden)
| Factor | Vangstoot klimmer | Vangstoot ankerpunt (1,66× klimmer) |
|---|---|---|
| < 0,5 | < 4 kN | < 7 kN |
| 0,5–1 | 4–7 kN | 7–12 kN |
| 1–1,7 | 7–10 kN | 12–16 kN |
| 1,7–2 | 10–12 kN | 16–20 kN |
UIAA-norm: nieuw Klimtouw mag bij factor 1,77 met 80 kg testmassa maximaal 12 kN op de klimmer geven (EN 892 / UIAA 101). De 12 kN-grens is door de UIAA gekozen op basis van biomechanische overwegingen — boven die waarde stijgt de kans op ernstig (intern) letsel. Belangrijk: de UIAA-test gebeurt op factor 1,77, NIET op factor 2 — de testopstelling staat geen factor 2 toe (er zit altijd een meter marge boven het ankerpunt). De theoretische factor 2 is voorbehouden aan ongevallen op standplaatsen in multi-pitch en wordt niet in normtests gehaald.
Praktijk (Petzl-praktijkmetingen, met zachte vangst + frictie)
| Factor | Vangstoot klimmer | Vangstoot ankerpunt |
|---|---|---|
| 0,3 | ~2,5 kN | ~4 kN |
| 0,7 | ~3 kN | ~5 kN |
| 1,0 | ~4 kN | ~6 kN |
| 2,0 | ~9–12 kN | ~15–20 kN (grens uit ankertests) |
In de praktijk is de werkelijke vangstoot 30 tot 40% lager dan de UIAA-laboratoriumwaarde, dankzij de meeverende zekeraar, apparaatfrictie en touwwrijving. Behalve bij factor 2 — dan biedt het korte touw geen rek en komt het UIAA-cijfer dichter bij de werkelijkheid.
Belangrijke gevolgen
- Ankerbelastingfactor is ongeveer 1,66× (niet 2×) — door frictie bij de karabiner van het bovenste tussenanker. Mechanisme: de bovenste karabiner werkt als katrol; kracht F vanuit de klimmer aan één kant + kracht F vanuit de zekeraar aan de andere kant, met ongeveer 33% frictieverlies door de karabiner geeft een ankerbelasting van ongeveer 1,66F. Zonder frictie zou het 2× zijn (theoretisch). Bij een sterk afgebogen touwverloop kan de factor dalen tot 1,4 à 1,5×.
- Factor is onafhankelijk van absolute lengte: 4 m val op 4 m touw = 40 m val op 40 m touw = factor 1, dezelfde piekkracht.
- EN 959-specificatie sportbouten: EN 959:2018 eist 15 kN axiaal (uittrek), 25 kN radiaal (afschuif); de strengere UIAA 123 eist 20 kN axiaal, 25 kN radiaal. Oudere bouten (van vóór 1990, RVS-pegs in kalk): variabel, soms < 10 kN bij corrosie. Bij factor 2 op marginaal materiaal kan een ankerpunt falen — daarom de standplaats altijd met minstens 2 elkaar opvangende zekerpunten.
Screamer / load-limiter
Voor scenario’s met marginaal materiaal (oude bouten, ijspegs, twijfelachtig materiaal) of bewuste reductie van de vangstoot:
- Screamer (Yates Screamer, BD Force, Mammut Load Limiter): opgevouwen sling die bij ongeveer 2–3 kN belasting (afhankelijk van merk) ontvouwt doordat de stiksels scheuren. Energie wordt geabsorbeerd in dat scheurproces.
- Effect: reduceert de piek in kN op het anker met 30 tot 50% in laboratoriumtests.
- Wanneer zinvol: bij hoge valfactor op marginaal materiaal; bij ijs- of mixed-routes met onbetrouwbare bevestigingen.
- Eenmalig: na ontvouwing weggooien, niet opnieuw gebruiken.
- In sportklimmen zelden nodig — moderne sportbouten hebben ruim voldoende sterkte.
Veelgemaakte misvattingen
- “Een lange val is altijd erger dan een korte.” Niet waar. Een lange val op veel touw is vaak zachter dan een korte val op weinig touw. De verhouding bepaalt.
- “Een dunner touw is veiliger want het rekt meer.” UIAA-vangstoten bij nieuwe enkeltouwen liggen typisch tussen 7–9 kN; binnen die range varieert het per fabrikant en touwconstructie, niet uitsluitend per diameter. In de sportpraktijk (factor < 1) zitten alle gecertificeerde klimtouwen onder de drempel voor orgaanletsel. Kies de diameter vooral op slijtage, hanteerbaarheid en compatibiliteit met je apparaat, niet op een vermeend valfactor-voordeel.
- “De zekeraar moet het touw strak houden.” Andersom voor de Zachte vangst bij voorklimmen: iets slap aanhouden net na clippen, zodat de val zachter is. Krap zekeren geeft een harde vangst.
- “Op multi-pitch is de valfactor altijd hoger.” Niet per se — als je vroeg in de lengte een bout clipt, daalt de factor snel.
Zie ook
- Klimtouw (Climbing rope)
- Touwrek en dynamische verlenging (Rope stretch, dynamic elongation)
- Zachte vangst (Soft catch)
- Harde vangst (Hard catch)
- Grondvalrisico bij eerste bouten (Ground fall risk on early bolts)
- Multi-pitch overzicht (Multi-pitch overview)
Bronnen
Tekst
- Freedom of the Hills, 9e editie, hfst. 14
- UIAA / EN 892 testnorm (factor 1,77; 80 kg; max 12 kN; 5 testvallen)
- Petzl tech tip: Fall factor and impact force — theory + Forces at work in a real fall (praktijkwaarden klimmer/zekeraar/anker; anker-multiplier ~1,66×)
- DAV Sicherheitsforschung: Sturzkraft und Sturzfaktor
- EN 959:2018 / UIAA 123 (sportbout-sterkte: 15 kN axiaal / 25 kN radiaal — EN; 20 kN axiaal / 25 kN radiaal — UIAA); bolting.eu, HowNOT2 Bolting Bible
Afbeeldingen
- Petzl tech tip Fall factor and impact force — theory — © Petzl, fair use educatief
- Fall factor diagram.png — Jason McConnell-Leech, Wikimedia Commons, CC BY 3.0
- Fall-factor.png — Implexx, Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Twee vergelijkbare scenario’s: links een korte val laag in de route met weinig uitgegeven touw; rechts een langere val hoger in de route met veel meer touw uit. De verhouding h/L bepaalt de vangstoot, niet de absolute valhoogte.
Schematisch: links factor 0,33 (1 m val op 3 m touw), rechts factor 1,5 (3 m val op 2 m touw). Rood = valpunt, geel = bovenste zekering, blauw = klimmer.