Touw aftrekken (touw doortrekken; pulling the rope) is de actie na een abseil waarbij je het touw door het omlooppunt trekt zodat het hele touw bij je aankomt, klaar voor volgende abseil of voor weglopen. NKBV beschrijft de standaardprocedure: trek aan de juiste streng zodat de knoop (bij abseil met twee touwen) door het omlooppunt rolt naar de rotszijde, niet ertegenaan.
Detail — drie fasen van touw aftrekken
Links: beide klimmers beneden, touw nog door omlooppunt. Midden: er wordt aan de juiste streng naar beneden getrokken, de andere streng glijdt omhoog door het omlooppunt. Rechts: andere streng valt vrij naar beneden, het hele touw komt terug bij de klimmers. Het paarse trekcord (retrieval cord) helpt het aftrekken als het touw uit zicht raakt.
Snel
- Trek aan één van de twee strengen — vooraf bepaalde trekstreng
- Andere streng glijdt omhoog door omlooppunt en valt naar beneden
- Bij twee touwen: knoop passeert door omlooppunt
- Trekstreng = de streng aan de van-de-rots-af-kant (geen wrijving op rots)
- Bij vast komen: zie Vastgelopen touw
Vereisten
- Abseil voltooid; klimmer op grond / volgende standplaats
- Apparaat los van het touw
- Identificatie van trekstreng vs. andere streng
Procedure
-
Voorbereiden — apparaat los, autoblock los, knopen weg, trekstreng identificeren.
- Apparaat van het touw los.
- Autoblock los.
- Knopen uit beide touweinden halen.
- Zorg dat beide einden van het touw vrij zijn (niet ergens vastgehecht).
- Identificeer trekstreng — vooraf bepaald bij abseilopbouw.
-
Trekproef vóór iedereen beneden is — trek 1–2 m terwijl partner nog boven. eerste abseilende klimmer trekt 1–2 m touw door het omlooppunt zodra hij beneden is, terwijl tweede klimmer nog boven staat.
Bij multi-pitch:
- Touw beweegt vrij? → Veilig om aftrekken straks te doen.
- Touw blokkeert direct? → Probleem nú aanpakken terwijl tweede klimmer nog kan klimmen of herstellen, in plaats van pas ontdekken als iedereen beneden is.
Moderne best-practice (Alpinesavvy en andere gidsenbronnen) — vangt veel touw-vastloop scenario’s vroegtijdig af.
-
Trekstreng identificeren — knoop aan rotszijde, trek aan van-rots-af-streng.
- Knoop-positie aan het omlooppunt: bij voorkeur ligt de knoop aan de rotszijde van het omlooppunt, op de lip van de rand.
- Je trekt aan de andere streng (de van-de-rots-af streng). De EDK-knoop oriënteert zich vaak zelf tijdens trekken, maar bewust plaatsen vermindert risico op vastlopen.
- Trek aan de verkeerde streng = knoop wordt in de omlooppunt-ring getrokken en loopt vast (Vastgelopen touw).
- Vuistregel vóór abseilen: beslis dít vóór je naar beneden gaat. Markeer de trekstreng visueel (een Quickdraw aan het uiteinde, tape, of een kleur-onderscheid bij twee touwen).
- Bij enkele touw: zelfde principe — knoop in één eind, niet bij de andere kant trekken.
-
Trek de juiste streng — gelijkmatig, rustig, eventueel iets van de wand af.
- Pak het uiteinde van de trekstreng.
- Trek gelijkmatig en rustig naar beneden — niet rukken (rukken kan de knoop juist verder vastzetten).
- Sta iets verder van de wand af als de ruimte het toelaat: dan wordt de knoop door de lucht getrokken in plaats van langs de rots, en blijft hij minder snel achter een richel of rand haken (VDiff).
- Andere streng glijdt omhoog door omlooppunt.
- Bij wind / lange afstand: helpt om touw te begeleiden met andere hand.
-
Volg de beweging — knoop passeert omlooppunt met korte weerstandspiek.
- Eerste paar meter trekken: makkelijk.
- Bij de knoop (abseil met twee touwen): trekstreng draagt knoop tot omlooppunt.
- Knoop passeert door omlooppunt — soms een korte weerstandspiek.
- Daarna: andere streng glijdt vrij.
- Eindfase: andere streng valt vrij naar beneden, je krijgt het hele touw terug.
-
Touwval voorkomen — roep luid "Touw!" voordat het andere uiteinde valt. "Touw!" is het NKBV-commando dat waarschuwt dat er touw uit de route wordt getrokken (internationaal: Touw / Corde / Seil / Rope). Iedereen onder of naast de vallijn weet dan dat hij kan wegstappen — een vrijvallend touwuiteinde kan als een zweep uithalen.
- Bij abseil-aftrekken is iedereen al uit de zekering, dus de tweede betekenis van “Touw!” (klimmer vraagt slap touw) speelt hier niet.
- In de praktijk vaak rustiger: kijk eerst of de vallijn vrij is en zeg de mensen onder je dat ze opzij gaan vóór je trekt — dan hoef je nauwelijks te schreeuwen.
-
Touw opvangen / ordenen — vang op als het valt, direct in touwzak of stapel klaar voor volgende abseil.
Videovoorbeelden
Strategie: knooppositie ten opzichte van rots
Bij twee touwen samengeknopt:
[omlooppunt]
│
│ knoop
╱
trek deze
streng (touw aan rotszijde — andere streng)
│ │
trek → │
│ │
[klimmer] rots──┐
│
- Knoop moet draaien naar de van-rots-af-kant wanneer je trekt.
- Anders: knoop draait tegen de rots en komt potentieel vast.
- Vóór aftrekken: kort visueel checken positie van de knoop.
Welke streng aan welke kant
| Streng | Trekken? |
|---|---|
| Streng aan de van-rots-af-kant | ✅ Trek hieraan |
| Streng aan de rotszijde | ❌ Niet trekken (loopt door omlooppunt naar boven) |
| Bij heel verticale wand zonder rotscontact | Maakt minder uit; trek aan een streng |
Bij meerdere abseils (multi-pitch terugkeer)
Bij abseilen terug op multi-pitch:
- Trek touw af na elke abseil.
- Loop / abseil door naar volgende standplaats.
- Touw opnieuw door omlooppunt voor volgende abseil.
Plan: bij arriveren op standplaats al volgende abseil voorbereiden — efficiënter.
Wanneer touw aftrekken niet kan
Soms blijft het touw vast. Zie Vastgelopen touw voor:
- Touw vast achter rotsblok.
- Knoop vast in spleet.
- Knoop vast in omlooppunt zelf.
Veelgemaakte fouten
- Verkeerde streng trekken. Knoop draait verkeerd, kan vast komen.
- Te abrupt trekken. Knoop schiet tegen omlooppunt → kan tijdelijk vast komen of verbuigen.
- Niet kijken naar touwbeweging. Touw kan ergens vastlopen — niet doorhebben.
- Geen waarschuwing voor partner. Tweede streng valt zwaar — kan klimmer beneden raken.
- Touw niet ordenen na aftrekken. Wirwar = problemen bij volgende abseil.
- Touw door één enkele bout (geen omlooppunt). Touw kan dan helemaal niet aftrekken (boutkop blokkeert) of slechte slijtage.
- Lange touwuiteinden gooien op andere klimmers. Check eerst dat onder vrij is.
Speciale situaties
Wind
- Touw kan wegwaaien — vooral lichte 7–8 mm abseiltouw.
- Helpt om touw te begeleiden met hand tot eind vrijkomt.
- Bij stevige wind: één hand op touw, andere op rotsrand.
Overhang
- Touw valt vrij weg van wand bij doorhalen.
- Bij vrije val: touw kan ergens onder vast komen.
- Helpt om touw te “schoppen” tijdens doortrekken zodat het van rotsblokken vrij is.
Bos / vegetatie onder
- Touw kan in takken / struiken vast komen.
- Vóór abseil: visueel inspecteren van eindgebied.
- Eventueel: leid touw langs duidelijke vrije zone.
Lange route
- Touw kan halverwege blijven steken in rotsspleet.
- Vermijd door routekeuze tijdens abseil.
Zie ook
- Vastgelopen touw (Stuck rope)
- Abseilen met één touw (Single-rope rappel)
- Abseilen met twee touwen (Two-rope rappel)
- Multi-pitch overzicht (Multi-pitch overview)
- Het systeem sluiten (Closing the system)
- Klimtouw (Climbing rope)
Bronnen
Tekst
- Abseilen — tips en trucs — NKBV
- Touwcommando’s en communicatie — NKBV — “Touw!” als waarschuwing bij touw uit de route trekken
- Petzl — Multi-pitch rappelling with a single rope
- Petzl — Rappelling tech tip
- VDiff Climbing — Stuck Rappel Ropes: Prevention and Cure — verder van de wand staan zodat de knoop door de lucht wordt getrokken; trekstreng-identificatie; niet rukken
- Alpinesavvy — Rope blocks 101 — L=Lower / R=Retrieve trekstreng-conventie
- AMGA Rock Guide Manual
- Freedom of the Hills, 9e editie, hfst. 18
Afbeeldingen
- Petzl — Rappelling tech tip © Petzl, gebruikt onder fair use voor educatieve doeleinden