Touw aftrekken (touw doortrekken; pulling the rope) is de actie na een abseil waarbij je het touw door het omlooppunt trekt zodat het hele touw bij je aankomt, klaar voor volgende abseil of voor weglopen. NKBV beschrijft de standaardprocedure: trek aan de juiste streng zodat de knoop (bij abseil met twee touwen) door het omlooppunt rolt naar de rotszijde, niet ertegenaan.

Snel

  • Trek aan één van de twee strengen — vooraf bepaalde trekstreng
  • Andere streng glijdt omhoog door omlooppunt en valt naar beneden
  • Bij twee touwen: knoop passeert door omlooppunt
  • Trekstreng = de streng aan de van-de-rots-af-kant (geen wrijving op rots)
  • Bij vast komen: zie Vastgelopen touw

Vereisten

  • Abseil voltooid; klimmer op grond / volgende standplaats
  • Apparaat los van het touw
  • Identificatie van trekstreng vs. andere streng

Procedure

  1. Touw opvangen / ordenen — vang op als het valt, direct in touwzak of stapel klaar voor volgende abseil.

Videovoorbeelden

Strategie: knooppositie ten opzichte van rots

Bij twee touwen samengeknopt:

       [omlooppunt]
            │
            │ knoop
            ╱
       trek deze    
       streng        (touw aan rotszijde — andere streng)
            │            │
       trek →           │
            │            │
       [klimmer]    rots──┐
                          │
  • Knoop moet draaien naar de van-rots-af-kant wanneer je trekt.
  • Anders: knoop draait tegen de rots en komt potentieel vast.
  • Vóór aftrekken: kort visueel checken positie van de knoop.

Welke streng aan welke kant

StrengTrekken?
Streng aan de van-rots-af-kant✅ Trek hieraan
Streng aan de rotszijde❌ Niet trekken (loopt door omlooppunt naar boven)
Bij heel verticale wand zonder rotscontactMaakt minder uit; trek aan een streng

Bij meerdere abseils (multi-pitch terugkeer)

Bij abseilen terug op multi-pitch:

  1. Trek touw af na elke abseil.
  2. Loop / abseil door naar volgende standplaats.
  3. Touw opnieuw door omlooppunt voor volgende abseil.

Plan: bij arriveren op standplaats al volgende abseil voorbereiden — efficiënter.

Wanneer touw aftrekken niet kan

Soms blijft het touw vast. Zie Vastgelopen touw voor:

  • Touw vast achter rotsblok.
  • Knoop vast in spleet.
  • Knoop vast in omlooppunt zelf.

Veelgemaakte fouten

  • Verkeerde streng trekken. Knoop draait verkeerd, kan vast komen.
  • Te abrupt trekken. Knoop schiet tegen omlooppunt → kan tijdelijk vast komen of verbuigen.
  • Niet kijken naar touwbeweging. Touw kan ergens vastlopen — niet doorhebben.
  • Geen waarschuwing voor partner. Tweede streng valt zwaar — kan klimmer beneden raken.
  • Touw niet ordenen na aftrekken. Wirwar = problemen bij volgende abseil.
  • Touw door één enkele bout (geen omlooppunt). Touw kan dan helemaal niet aftrekken (boutkop blokkeert) of slechte slijtage.
  • Lange touwuiteinden gooien op andere klimmers. Check eerst dat onder vrij is.

Speciale situaties

Wind

  • Touw kan wegwaaien — vooral lichte 7–8 mm abseiltouw.
  • Helpt om touw te begeleiden met hand tot eind vrijkomt.
  • Bij stevige wind: één hand op touw, andere op rotsrand.

Overhang

  • Touw valt vrij weg van wand bij doorhalen.
  • Bij vrije val: touw kan ergens onder vast komen.
  • Helpt om touw te “schoppen” tijdens doortrekken zodat het van rotsblokken vrij is.

Bos / vegetatie onder

  • Touw kan in takken / struiken vast komen.
  • Vóór abseil: visueel inspecteren van eindgebied.
  • Eventueel: leid touw langs duidelijke vrije zone.

Lange route

  • Touw kan halverwege blijven steken in rotsspleet.
  • Vermijd door routekeuze tijdens abseil.

Zie ook

Bronnen

Tekst

Afbeeldingen