Communicatie bij multi-pitch is een combinatie van Touwcommando’s (verbaal), touwstootsignalen (voelbaar) en afspraken vooraf — nodig bij multi-pitch waar zicht en gehoor vaak beperkt zijn. Bij wind, lange afstand of dakvorm hoort de zekeraar de voorklimmer niet meer; vaste signalen zijn dan de enige manier om veilig de overgang naar wissel te maken.

Snel

  • Standaard Touwcommando’s eerst — als hoorbaar
  • Touwstootsignalen bij geen zicht / geen gehoor
  • Vooraf afspreken: aantal stoten = wat betekent
  • Bij twijfel: wachten / niet handelen
  • Belangrijkste momenten: “Stand”, “Ik maak je los”, “Nakomen”

Wanneer welke communicatie

SituatieMethode
Korte standplaats, gehoor goedVerbale Touwcommando’s
Wind / verre afstandVerbaal hard + bevestiging
Achter dak / hoek (geen zicht)Touwstootsignalen
Donker / nachtLampsignalen + afspraken vooraf
Onmogelijk te bereikenAfspraken op tijdsbasis

Videovoorbeelden

Standaard touwstootsignalen

AAC: touwstoten zijn inherent dubbelzinnig

De American Alpine Club benadrukt dat onbedoelde touwbeweging (sleep, vastrakende strengen, wind) makkelijk als signaal wordt geïnterpreteerd terwijl het er geen is. Visuele en verbale signalen hebben de voorkeur; touwstoten alleen als laatste optie.

Internationale standaard (Petzl / AAC) — gebruik bij voorkeur

SignaalBetekenis
3× harde ruk — 5 s pauze — 3× harde ruk (voorklimmer → zekeraar)“Off belay” / “Stand bereikt — zekering weg”
3× harde ruk (zekeraar → naklimmer)“On belay” / “Je mag klimmen”
3× harde ruk (naklimmer → voorklimmer)“OK, ik klim”

Dit is de set die Petzl en de meeste internationale guides gebruiken. Petzl beschrijft het off-belay-signaal bewust als een dubbele burst (3 rukken, ~5 s wachten, nog eens 3 rukken): dat onderscheidt zich beter van toevallige touwbeweging dan één losse serie van 3. Bij internationale teams: deze conventie aanhouden.

"Take" / "Blok" is niet betrouwbaar via touwstoten

Continu trekken om “hou me vast” te seinen werkt niet als silent signaal — het touw staat bij naklimmen toch al strak, dus de zekeraar kan een trek-om-strak niet onderscheiden van de klimmer die het touw belast. Take/strak vraag je verbaal of visueel, niet met een touwstoot.

Bij voorkeur niet gebruiken — oudere/conflicterende sets

In sommige oudere of regionale klimkringen circuleren afwijkende stootsets (bijv. 1× = stop, 2× = OK, 3× = trek strak, 4× = ik maak je los). Probleem: een 3× ruk in zo’n set betekent “trek strak” terwijl het in de internationale set “off belay” betekent — een gevaarlijk verschil met een Petzl-getrainde partner.

Aanbeveling: bij internationale teams of bij twijfel: gebruik altijd de Petzl/AAC-conventie hierboven of geen touwstoten en wacht op verbaal/visueel signaal. Bij twijfel — niet aflaten / niet doorklimmen tot duidelijkheid.

Visuele signalen (voorkeur)

De AAC documenteert twee eenduidige guide-signalen — gebruik die als basis:

  • Hand snijdend langs de keel: “Off belay / zekering weg”
  • Duim omhoog recht boven het hoofd: “On belay / je mag klimmen”

Aanvullende handgebaren die je vooraf kunt afspreken:

  • Hand-op-hoofd: “wat zei je?” / “ik versta je niet”
  • Beide armen kruisend boven hoofd: “stop / probleem”

Er bestaat geen wereldwijd vaste set voor de overige gebaren — spreek elk visueel signaal af vóór de klim begint, anders is het net zo dubbelzinnig als een touwstoot.

Procedure: communicatie bij aankomst op standplaats

Stap 1: Voorklimmer arriveert

  1. Voorklimmer maakt zelfzekering aan beide bouten.
  2. Roep “Stand!” — als hoorbaar.
  3. Als geen reactie: 4× ruk aan touw (vooraf afgesproken signaal “Ik ben vast”).

Stap 2: Zekeraar bevestigt

  1. Zekeraar hoort “Stand!” of voelt 4× ruk.
  2. Zekeraar antwoordt: verbaal of 2× ruk = “OK begrepen”.
  3. Zekeraar wacht op volgende signaal.

Stap 3: Voorklimmer bouwt apparaat

  1. Apparaatzekering opzetten voor naklimmer (Zekeren van boven (direct)).
  2. Test apparaat door simulatie.
  3. Roep “Ik maak je los!” — verbaal of vooraf afgesproken signaal.

Stap 4: Touw doorhalen

  1. Naklimmer voelt eerst slap (touw doortrekken).
  2. Naklimmer pakt zelfzekering los aan grondanker.
  3. Voorklimmer trekt touw strak vanaf boven.
  4. Naklimmer voelt strakke ruk — bevestiging zekeraar klaar.

Stap 5: Bevestiging

  1. Voorklimmer roept “Nakomen!” — of 2× ruk.
  2. Naklimmer roept “Ik kom!” — of 1× kort terug.
  3. Naklimmer begint te klimmen.

Andere communicatiemomenten

Bij val van naklimmer

  • Apparaat blokkeert automatisch.
  • Naklimmer: “Vast!” verbaal als hoorbaar.
  • Beide klimmers: rustig hangen, communicatie opbouwen.

Bij vraag om slap of strak

  • Slap nodig (zelden bij naklimmen): vraag verbaal; een zachte trek aan het touw kan het ondersteunen, maar is op zichzelf dubbelzinnig.
  • Strakker / hangen (“Blok!“): vraag verbaal of visueel — niet via touwstoot (zie waarschuwing hierboven: een trek-om-strak is niet te onderscheiden van de klimmer die het touw belast).

Bij touwwrijving (rope drag)

  • Naklimmer voelt te veel weerstand.
  • 2× ruk = “OK, ik zie het, blijf trekken”.
  • Bij ernstige touwwrijving: stop, los het op, klim verder.

Veelgemaakte fouten

  • Geen afspraak vooraf. Beide klimmers improviseren signalen = verwarring.
  • Te veel signalen. Meer dan 4 signalen = vergeten welke welke betekent.
  • Verbaal proberen bij wind. Roep niet door 30 m wind — gebruik touwstoot direct.
  • Niet bevestigen. Eén signaal van voorklimmer, geen antwoord van zekeraar = onzeker. Altijd bevestigen.
  • Te lichte stoten. Zekeraar voelt niets. Stoten moeten voelbaar zijn — niet subtiel.
  • Stoten verwarren met klimbeweging. Klimmer beweegt = touw beweegt. Een touwstoot herken je aan zijn ritme en intensiteit.

Hulpmiddelen voor communicatie

Walkietalkies

Bij echt lange routes met meerdere lengtes zonder zicht: portofoons. Voor sport multi-pitch zelden nodig; voor alpine ja.

Smartphone

  • WhatsApp / sms bij verre afstand.
  • Niet betrouwbaar — batterij, signaal, focus.
  • Wel meenemen als noodoptie.

Lichtsignalen (nacht)

Hoofdlamp met afgesproken patronen:

  • 1 kort = “OK”
  • 1 lang = “Stop”
  • 3 kort = “Help”

Voor multi-pitch in donker zelden — beter terugkeren vóór donker.

Bij ongeval

Bij echt noodsignaal: 6× achter elkaar (klassieke alpine “help!”-signaal — 6 signalen per minuut, dan 1 minuut pauze; antwoord = 3 signalen per minuut — internationaal alpine distress signaal).

  • 6× geluid (fluitje, schreeuw)
  • 6× lichtflits
  • 6× touwstoot

Spreek vooraf met je partner af wat dit betekent. In echt noodgeval: bel 112 (NL/BE noodnummer).

Per type route

Korte routes (~3 lengtes)

Verbale communicatie meestal voldoende. Touwstoot als achtervang.

Lange routes (>5 lengtes)

Afspraken vooraf over touwstoten verplicht.

Routes met dak / overhang

Geen zicht. Signaalsysteem essentieel.

Routes in drukke crag

Andere teams maken lawaai = jouw commando’s worden weggedrukt. Hard roepen + signaal.

Zie ook

Bronnen

Tekst

Afbeeldingen