De paalsteek op de bocht (bowline on a bight) is een paalsteek die je legt in het midden van een touw — niet aan een uiteinde — zodat je twee parallelle lussen krijgt aan het einde van een gemeenschappelijke knoop. In een standplaats handig: één knoop, twee lussen (instelbaar van lengte), te clippen in twee ankerpunten. Let op: met maar één lus belast kan de knoop doorglijden — belast altijd beide lussen tegelijk.
Paalsteek op de bocht (bowline on a bight) — twee parallelle, gelijke lussen aan het einde van één knoop in het midden van een touw.
Meer afbeeldingen
Afgewerkte paalsteek op de bocht in blauw klimtouw — toont de gevlochten knoopkern bovenaan en de twee gelijke parallelle lussen die er onderuit komen.
Snel
- Bocht maken in het midden van het touw (~50 cm)
- Aan het begin van de bocht een kleine lus leggen (zoals stap 3 van de Paalsteek)
- Bochtuiteinde door de kleine lus halen
- Bochtuiteinde over de hele knoop heen omhoog brengen, langs het staande deel naar onder terug
- Strak trekken — twee lussen aan het eind, de knoop zelf daarboven
- Lussen mogen verschillend van lengte zijn (vóór aantrekken instelbaar) — handig om twee bouten op ongelijke hoogte gelijk te belasten
- Beide lussen samen belasten: met één lus belast kan de knoop doorglijden — clip altijd door beide lussen tegelijk
Eén lus belast = de knoop kan doorglijden
Trekproeven (DPMC 2011, gerapporteerd door Pete Knight / British Caving Association) toonden dat de paalsteek op de bocht al rond ~100 kg begint te slippen wanneer maar één van de twee lussen wordt belast — het touw kan dan helemaal terug door de knoop lopen. Veilig alleen wanneer je door beide lussen tegelijk belast (één karabiner door beide lussen). Gebruik je twee aparte ankerpunten, besef dan: valt één bout uit, dan wordt de overgebleven lus enkel belast en kan de knoop doorschieten. Voor een tweepuntsstandplaats waar elke arm afzonderlijk vol belast kan worden is de Drielus achtknoop (twee onafhankelijke, blokkerende lussen) de veiligere keuze.
Wanneer
- Standplaats met twee ankerpunten, equalisatie rechtstreeks met het touw zelf — geen Cordelette of bandlus nodig.
- Twee gelijke lussen in het midden van het touw nodig.
- Bij zelfredding waar je een aanhechting op twee punten wilt zonder extra materiaal te gebruiken.
Vereisten
- Touw met voldoende slap op de gewenste positie
- Twee Schroefkarabiners voor de twee lussen
- Twee ankerpunten op werkbare afstand van elkaar
Procedure
-
Bocht maken in het midden van het touw — ongeveer 50 cm.
De bocht bepaalt hoe groot de twee eindlussen worden. Te klein = er past geen karabiner door. Te groot = onhandig grote knoop. ~50 cm werkt voor sportstandplaatsen.
-
Kleine lus aan het begin van de bocht. Paalsteek.
Aan het begin van de bocht — waar hij overgaat in de twee staande delen — leg je een kleine lus, zoals stap 3 van de gewone
-
Bochtuiteinde door de kleine lus, van onder naar boven.
Voer het bochtuiteinde (waar de toekomstige eindlussen zitten) door de kleine lus, van onder naar boven.
-
Bochtuiteinde over de hele knoop omhoog brengen.
Pak het bochtuiteinde en breng het over de hele knoop omhoog — over de lus, langs de staande delen, en weer naar onder terug aan de andere kant.
-
Lussen op lengte zetten — gelijk, of bewust ongelijk.
Vóór je aantrekt kun je de twee lussen (“oren”) naar verschillende lengtes schuiven door touw van de ene naar de andere over te brengen. Wil je twee bouten op ongelijke hoogte gelijk belasten, maak dan de lus naar de hoogste bout korter. Voor symmetrische ankerpunten houd je ze even lang. Eenmaal aangetrokken is bijstellen lastig — zet de lengtes vóór je strak trekt.
-
Strak trekken.
Trek aan de twee staande delen én aan de twee eindlussen. De knoop wordt compact, de twee lussen liggen parallel naast elkaar. Controleer dat de knoop netjes ligt zonder slagen in de lussen.
-
Clippen in twee ankerpunten — beide met een Schroefkarabiner; belast bij voorkeur beide lussen tegelijk (zie waarschuwing onder Snel).
Videovoorbeelden
Meer video's
Veelgemaakte fouten
- Maar één lus belast. De knoop kan dan doorglijden (al rond ~100 kg in trekproeven) — clip en belast altijd door beide lussen tegelijk. Zie de waarschuwing onder Snel.
- Bochtuiteinde niet helemaal over de knoop heen gehaald. De lussen blijven dan los — de knoop houdt niet onder belasting.
- Knoop niet aangetrokken. Twee instabiele lussen die onder belasting kunnen migreren.
- Lengtes niet bewust gezet. Bij ongelijke bouten de lussen vóór het aantrekken op de juiste lengte schuiven; anders trekt de kortste lus eerst en is de equalisatie weg.
- Belasting in onverwachte richting. De paalsteek op de bocht is bedoeld voor belasting naar de twee lussen toe. Belasting in andere richtingen kan de knoop vervormen.
Varianten
- Drielus achtknoop: twee onafhankelijke, blokkerende lussen — veiliger wanneer elke arm afzonderlijk vol belast kan worden (één bout valt uit), want hij heeft niet de doorglij-faalmodus van de paalsteek op de bocht bij eenzijdige belasting.
- Spaanse paalsteek: twee onafhankelijk instelbare lussen met paalsteekachtige geometrie. Niche maar flexibel.
- Twee aparte Dubbele achtknoop: simpeler maar meer touw nodig en meer materiaal in de standplaats.
Zie ook
Bronnen
Tekst
- Freedom of the Hills, 9e editie, hoofdstuk over knopen
- DAV: Standplatzknoten
- John Long, Climbing Anchors
- Animated Knots — Bowline on a Bight
- Alpinesavvy — Use the rope to make an anchor (2 knots) — lussen instelbaar voor equalisatie
- Wikipedia — Bowline on a bight — slip bij eenzijdige belasting (2011-test)
- Pete Knight / DPMC — testing the Bowline-on-the-Bight — doorglij-faalmodus bij één belaste lus (~100 kg); British Caving Association: altijd door beide lussen clippen
Afbeeldingen
- Knot-bowline bight-ABoK 1080-USCG.jpg — USCG, Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
- Animated Knots — Bowline on a Bight © Animated Knots by Grog
Afgewerkte paalsteek op de bocht in blauw klimtouw — toont de gevlochten knoopkern bovenaan en de twee gelijke parallelle lussen die er onderuit komen.