Een quickdraw inhangen (clipping a quickdraw) is de basisbeweging bij voorklimmen: een quickdraw in de bout hangen en daarna het touw in de andere karabiner clippen. Klinkt simpel, gaat in de praktijk vaak fout. Goede cliptechniek bespaart kracht, vermindert valrisico, en voorkomt foute clips zoals Back-clip en Z-clip.

Quickdraw geclipt in een bouthanger met touw door de onderste (touw-) karabiner — boutkarabiner boven met snapper van de wand af, touwkarabiner onder met rubberfix.

Snel

  • Quickdraw eerst in de bout, snapperrichting van de wand af
  • Snapper aan touwzijde: tegenovergesteld aan de klimrichting
  • Touw clippen met één duidelijke beweging
  • Klim-zijde van het touw komt aan de voorkant (klimmerzijde) naar je toe, weg van de wand
  • Bij twijfel: controleer met je ogen na het clippen

Anatomie van een quickdraw

Een Quickdraw bestaat uit twee karabiners verbonden met een textielband (sling):

  • Boutkarabiner (boven): meestal met rechte of wire-snapper — gaat in de geboorde verankering.
  • Sling (textielband): verbindt beide karabiners. Eindeloze gestikte lus van nylon of Dyneema. Bij de touwkarabiner zit vaak een rubberfix (rubberen ringetje dat de karabiner recht in positie houdt) zodat hij niet kantelt.
  • Touwkarabiner (onder): meestal met gebogen snapper (bent gate) — daar clip je makkelijker het touw doorheen. Soms in een andere kleur.

Welke kant boven, welke onder:

  • Bovenste (boutkant): rechte of wire-snapper, ruwer.
  • Onderste (touwkant): gebogen snapper, vaak met rubberfix. Soms in andere kleur.
  • Wissel ze niet om — een gebogen snapper aan de boutzijde is lastiger in een bout te clippen, en een rechte snapper aan de touwzijde clipt rommeliger met touw.

Procedure: quickdraw in de bout

Procedure: touw in de quickdraw clippen

  1. Eén beweging — niet trekken-en-friemelen, één duidelijke clip.

Snapperoriëntatie: waarom dit telt

Als je na deze bout naar rechts gaat klimmen en het touw loopt over de snapperkant van de touwkarabiner, dan kan het touw bij een val de snapper opendrukken. Open snapper onder belasting = veel zwakker (~7 kN vs. 20+ kN met dichte snapper). Daarom: snapper altijd weg van de richting waarin je gaat klimmen.

In één oogopslag: goed vs. back-clip

Goede clip:                Back-clip (fout):

  [bout]                    [bout]
   │                         │
   ▓ ← qd                    ▓
   │                         │
   │ ← klim-zijde naar je     │ ← klim-zijde langs de wand
   │   toe (weg van wand)     │   (verkeerd om!)
   │                         │
[klimmer]               [klimmer]

Veelgemaakte fouten

  • Back-clip — touw verkeerd om door snapper. Zie Back-clip.
  • Z-clip — touw onder een lagere quickdraw door naar boven, dan in de volgende quickdraw — touw kruist zichzelf. Zie Z-clip.
  • Snapper richting wand. Bij contact met de rots kan de snapper opengaan. Wijs voor de boutkarabiner altijd weg van de wand.
  • Snapperrichting touwkarabiner verkeerd om. Als je naar rechts klimt en de snapper wijst ook naar rechts: bij een val kan het touw de snapper opendrukken. Wijs tegenovergesteld aan de klimrichting.
  • Sling gedraaid. Quickdraw met gedraaide sling = onnodig zwakker en lastiger te clippen. Een verdraaide sling draait ook de touwkarabiner mee — kan dwarsbelasting geven. Bij off-axis belasting halveert de sterkte ruwweg (BD QC Lab: ~22 kN closed-axis → ~11 kN off-axis; bij nose-hook zelfs tot onder 6 kN). Recht draaien voor je clipt.
  • Clippen vanuit een lage positie (bout vlak boven heup of lager). Vermoeiend, geeft veel touwslap, hoger risico op back-clip. Beter: clip vanuit een positie waar de bout op borst- tot gezichtshoogte zit. Soms beter eerst een stap omhoog dan vanuit een lage uitgestrekte arm proberen.
  • Hoog clippen vanuit lage positie (arm volledig gestrekt boven het hoofd in vermoeide positie). Tijdens clippen trek je extra touw boven de bout — die slack wordt opgeteld bij de standaard voorklim-val. Een clip-val is daarom altijd langer dan een gewone voorklim-val van dezelfde positie. Beter snel hoger klimmen tot de bout op gezichtshoogte komt. Veel sport-bronnen (AAC, Climbing.com, Gripped) raden aan te clippen wanneer de bout tussen heup en hoofd zit, niet uitgestrekt boven het hoofd.
  • Solid-gate karabiner aan klimmerzijde bij zware vallen. Bij een dynamische val (val tot stilstand) kan een relatief zware solid-gate door zijn massa kortstondig openzwaaien — gate-flutter — waardoor de karabiner heel even op de open-snapper-sterkte (~7 kN) loopt. Wire-gate karabiners hebben juist veel minder gate-massa en zijn daarom MINDER gevoelig voor gate-flutter (BD QC Lab; reden dat Black Diamond in 1995 wire-gates introduceerde). Wire-gates zijn dus een goede keuze voor de cruciale clips (eerste bouten, crux).
  • Touw vasthouden tijdens clippen op gevoel. Controleer met je ogen, vertrouw niet op “het voelt goed”.
  • Verkeerd gepakt (touw door één enkele streng van een tweestrengs systeem). Bij twee touwen samen: zorg dat beide door dezelfde quickdraw gaan (tweelingtouw) of dat beide door een eigen quickdraw lopen (halftouw).
  • Sling onder de snapper aan de touwkant. De sling kan tussen snapper en muur komen — onhandig en kan slijten.

Trucs voor moeilijke clips

  • Eerst omhoog klimmen voor je clipt. Als de bout te hoog is en het touw te ver weg, is de clippositie vermoeiend. Soms beter eerst een stap omhoog en dan vanuit een rustigere positie clippen.
  • Touw tussen de tanden: klem het touw kort tussen je tanden zodat je beide handen vrij hebt voor de moeilijke clip. (Pas op dat je geen tand breekt.)
  • Voettrap: trap met je voet tegen het touw om een lus omhoog te schoppen zodat je ‘m sneller kunt pakken.
  • Z-clip vooraf controleren: kijk altijd terug naar je vorige clip voor je een nieuwe quickdraw clipt.

Zie ook

Bronnen

Tekst

Afbeeldingen

Videovoorbeelden